NIET-OVERHEIDSBEDRIJVEN IN HET ECONOMISCH MODEL VAN CUBA.

Wim Leysen, lange tijd werkzaam bij FOS (Fonds OntwikkelingsSamenwerking) en Cubakenner, maakte na zijn recente Cubareis een lezenswaardige studie over één van de - sinds enkele jaren - nieuwe economische maatregelen.

Welke plaats krijgen de zelfstandige ondernemers in de Cubaanse samenleving? Wat is de rol van de coöperatieven in deze evolutie? Brengen de recente economische bijsturingen meer welvaart voor de Cubanen? 

Lees het voledige dossier in de bijgevoegde .pdf

Hieronder een interview eruit, over de jonge coöperatieve bouwsector

Er beweegt wat in de Cubaanse bouw

Gesprek met Carlos De Díos , algemeen secretaris van bouwvakbond SNTC partner van FOS

We moeten even wachten in de kantoren van de nationale vakbond van de bouw. De interne afdeling van de Communistische Partij van Cuba – PCC is in vergadering, wellicht ter voorbereiding van het zevende Congres dat van 16 tot 18 april 2016 in Havana doorgaat.

“Wat wil je weten?” Meer heeft Carlos niet nodig om de evoluties in de bouwsector te schetsen sinds de economische hervormingen 5 jaar geleden werden ingezet.

Verandering

“De bouwsector heeft de laatste 5 jaar serieuze veranderingen ondergaan, sinds de regering het privéinitiatief heeft gelegaliseerd. Door een verhoogde vraag en een diversificatie van de ondernemingsvormen is de sector gegroeid in omzet en qua tewerkstelling. De overheid blijft nog steeds de grootste werkgever. In de bouw werken ongeveer 97.000 personen (ingenieurs, architecten, beheer en administratie, bouwvakkers), in de toeleveringsindustrie 37.000 personen en nog eens 30.000 bij de projectontwikkelaars en studiebureaus. In totaal 166.900 personen, waarvan er 159.385 bij de vakbond zijn aangesloten.

Daarnaast kent Cuba nu de niet-overheidsbedrijven. In de 69 coöperatieven werken 3.800 socios naast 2.000 contractuele arbeiders. Cuba telt ook 89 privéondernemers die functioneren met arbeiders in loondienst. Verder hebben 34.200 personen een licentie of vergunning om in de bouw ‘voor eigen rekening’ te werken. Van die ‘cuentapropistas’ heeft de grote meerderheid geen enkele band met een overheidsbedrijf. De overige ruim 9.000 personen werken bij de overheid, maar klussen daarnaast als zelfstandige bij.“

Competitie

“Een gevolg van die verscheidenheid, is ook dat er meer concurrentie is tussen de bedrijven, want ook de niet-overheidsondernemingen kunnen werken uitvoeren voor de overheid, zoals momenteel gebeurt voor de restauratie van het Capitool of Hotel Rivera hier in Havana.

Eigenlijk hebben de overheidsbedrijven een competitief nadeel, een probleem dat verbonden is met de dubbele munt in Cuba. Een overheidsbedrijf mag nog steeds geen bankrekening in harde deviezen (CUC) openen. De binnenkomende deviezen moete aan een 1 tegen 1 koers gewisseld worden. Een niet-overheidsbedrijf beschikt wel over een deviezenrekening en wisselt elke CUC om tegen 25 nationale pesos. Dat betekent dat dit bedrijf gemakkelijker bouwmaterialen kan aankopen en zijn personeel meer loon kan uitbetalen.

We moeten toegeven dat men in de niet-overheidssector gemakkelijk tot 10 keer meer verdient. Een direct gevolg is dat de meest gekwalificeerde arbeiders de overstap maken naar de niet-overheidsbedrijven of als cuentapropista aan de slag gaan. Voor de overheidsbedrijven ligt de oplossing in een serieuze loonsopslag, maar dat is niet zo eenvoudig zolang Cuba met twee munten zit. In vergelijking met andere sectoren verdienen de arbeiders in de bouw vrij goed, gemiddeld 790 CUP. Jaarlijks stijgen de lonen ongeveer met 5 à 6 %. We beseffen dat dit nog altijd te weinig is om de stijging van de consumptiegoederen te compenseren. De ongeveer 19.000 bouwvakkers die voor het toerisme werken, ontvangen nog een extra van tussen de 15 en 40 CUC.

Een ander probleem van de bouwsector is het ontbreken van modern gereedschap. De grote helft van het machinepark en het gereedschap is verouderd. Maar het allergrootste probleem blijft de economische boycot van de Verenigde Staten. Hierdoor kost de invoer van bouwmaterialen en werktuig extra veel geld. We voeren nu vanuit China grondstoffen in, terwijl we dat in de VS veel goedkoper en sneller zouden kunnen krijgen."

Groei

"Globaal gezien draait de bouw goed. De laatste 5 jaar is de sector jaarlijks met 8% gegroeid. Er zijn niet alleen de grote werken zoals de bouw van nieuwe hotels voor het toerisme. Ook de gewone Cubaan investeert in betere huisvesting. De banken hebben de toegang tot krediet versoepeld en 63% van deze kredieten zijn bestemd voor renovatieprojecten. Zo’n investering kan natuurlijk ook dienen om in huis een eigen zaakje op te starten, zodat het krediet ook een extra inkomen kan genereren. Om het sociaal karakter van de bouw te garanderen, heeft de overheid vorig jaar 2015 ruim 700 miljoen CUP uitgegeven voor renovatieprojecten bij gezinnen met een beperkt inkomen. Een gemiddeld krediet bedraagt 80.000 CUP, en voor 50.000 CUP kan je gerust een volledige kamer helemaal renoveren. En om de afhankelijkheid van de import te verminderen, stimuleert de regering ook de niet-overheidsbedrijven om te investeren in de lokale productie van bouwmaterialen. Daarbij garandeert de overheid om tot 75% van de nodige grondstoffen aan preferentiële prijs aan te leveren.

Maar om te besluiten: het is duidelijk dat Cuba voor de grote uitdaging staat om deze evoluties binnen een socialistisch kader te laten verlopen. Concurrentie tussen de bedrijven is een nieuw gegeven voor het land, en we moeten deze concurrentie een plaats geven binnen een socialistisch kader. Het socialisme kan concurrentie creëren, zolang de concurrentie ook gelijkheid en sociale rechtvaardigheid creëert. Hoe dat moet, dat weet ik niet. Maar dat is juist de grote uitdaging.”

FOS